Advertenties

Wat is oudervervreemding en ouderverstoting en wat doet dit met kinderen volgens de kinderombudsman

Wat is oudervervreemding en ouderverstoting en wat doet dit met kinderen volgens de kinderombudsman

Het Nederlands Jeugd Instituut stelt: “Als een scheiding zeer conflictueus verloopt – een vechtscheiding -, zijn de gevolgen voor kinderen ernstiger en heeft dat in ongeveer 10 procent van de kinderen specifieke negatieve gevolgen zoals loyaliteitsconflict en, oudervervreemding en ouderverstoting.” Met 70.000 kinderen die jaarlijks betrokken zijn bij een scheiding, zijn dat 7.000 per jaar probleemgevallen per jaar. Al is het moeilijk om daar precieze cijfers over te krijgen, andere cijfers impliceren dat dit aantal gevallen mogelijk het dubbele is. Het aantal vaders dat wordt verstoten is groter dan het aantal moeders. Al met al is het een ernstige zaak.

De Kinderombudsman is van mening dat ouderverstoting en oudervervreemding als gevolg van een ‘vechtscheiding’ een ernstige vorm van kindermishandeling is. De meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling is hierop sinds 1 juli 2013 mede van toepassing. Dat geeft wel aan hoe serieus we dit moeten nemen.

Over het algemeen zal het proces ouderverstoting en de daaruit volgende oudervervreemding plaatsvinden binnen de kring van ouders en kinderen zonder inmenging van buitenaf. Maar niet in Nederland. Bij ons heeft de rechter de bijzondere mogelijkheid ingevolge artikel 377a lid 3 BW om omgang voor een bepaalde periode te verbieden. Daarmee wordt oudervervreemding extern opgelegd door een partij die geen deel uitmaakt van het gezinssysteem.

Onder de betrokken ouders bestaat de indruk dat rechters en toezichthoudende instanties, als zij het bestaan van ouderverstoting en -vervreemding al erkennen, doorgaans over onvoldoende kennis beschikken om dit eenduidig te signaleren en passende oplossingen te formuleren.

De scenario’s die (in versimpelde vorm) leiden naar oudervervreemding en naar verwachting het meest voor zullen komen zijn hier uitgelegd waarbij voor de eenvoud van een kind wordt uitgegaan.

Scenario 1.

· Ouder 1 wenst geen contact tussen kind en ouder 2

· Kind is bevattelijk voor opvatting ouder 1 of komt in loyaliteitsconflict

· Kind verbreekt contact met ouder 2

· Ouder 2 berust in situatie

Scenario 2.

· Ouder 1 wenst geen contact tussen kind en ouder 2

· Ouder 2 vraagt rechter om hulp of ouder 1 vraagt een verbod op omgang

· Rechter classificeert situatie (en onderliggende hulpvraag) als strijd

· Onder toepassing art 377a lid 3 wordt de omgang met het kind aan ouder 2 (tijdelijk) ontzegd

Scenario 3.

· Kind wenst geen contact met ouder 2

· Ouder 2 weet ouder 1 niet te betrekken bij bespreekbaar maken en oplossen situatie

· Kind verbreekt contact met ouder 2

· Ouder 2 berust of vraagt de rechter om hulp waardoor scenario B in werking

Bovenstaande scenario’s zijn indicatief en op hoofdlijnen.

· Scenario 1: Informele ouderverstoting; Dit scenario vraagt enorm veel van ouder 2 die zich realiseert dat door de houding en wil van ouder 1 niet is heen te breken. Ouder 2 trekt zich terug uit het actieve ouderschap om het kind niet in de knel te laten komen. Mocht ouder 2 de rechter om hulp willen vragen dan treedt scenario B in werking.

· Scenario 2: Formele ouderverstoting; In dit scenario leidt de weigering van ouder 1 tot een roep om hulp door ouder 2. Omdat deze zonder de medewerking van ouder 1 geen hulp tot stand kan laten

komen is de gang naar de rechter vereist. Bij de rechtbank zijn geen protocollen voorhanden die zijn gericht op het herkennen en signaleren van ouderverstoting en oudervervreemding. Waar ouders bij de rechter komen wordt al snel het etiket van strijd opgeplakt. Strijd wordt schadelijk geacht voor de kinderen en er wordt een tijdelijke vervreemding ingezet in het belang van het kind (artikel 377a lid 3). Om daarna weer omgang te krijgen moet ouder 2 opnieuw naar de rechter en start het juridische proces van voren af aan. Professionals noemen dit al gauw een ‘vechtscheiding’ en zien dit dan als oorzaak van de oudervervreemding. Dit is het ‘stigma van de strijd’ te noemen. Terwijl dit juist is te classificeren als een ‘onthechtscheiding’.

· Scenario 3: Verstoting door loyaliteitsconflict; In dit scenario uit het kind zich krachtig tegen ouder 2. Deze houding van het kind wordt over het algemeen door rechters en hulpverleners op basis van ‘face value’ geaccepteerd. De wens van het kind moet worden gerespecteerd door ouder 2. Door het ontbreken van protocollen wordt niet onderzocht of er een proces van ouderverstoting gaande is of dat oudervervreemding reeds een feit is. Men komt daardoor niet toe aan de vraag of de wens van het kind voortkomt uit een eigen ervaring of dat het daartoe gemanipuleerd is. Om dit te doorbreken is een succesvolle samenwerking tussen ouder 1 en ouder 2 van essentieel belang. Als ouder 1 dat weigert rest ouder 2 niets anders dan te berusten (Scenario A) of de gang naar de rechter te maken met als risico dat scenario B de intrede doet.

De kernvragen die hier hieruit voortkomen zijn:

Is de ‘vechtscheiding’ zoals die wordt waargenomen de oorzaak van de oudervervreemding of is de ontstane oudervervreemding de oorzaak dat ouders zo vaak bij de rechter uitkomen waarbij in plaats van het bieden van hulp het ‘stigma van de strijd’ wordt opgeplakt en daarmee de problematiek zich verdiept?

Om deze vragen per geval te kunnen beantwoorden is het nodig de belangen en drijfveren van de betrokkenen, zoals zichtbaar aan het begin van de drie scenario’s, per situatie te herkennen. Binnen de rechtspraak en bij de toezichthoudende instanties wordt hier, zover bekend, geen aandacht aan besteed. Daardoor is de kans groot dat deze blijven bestaan en niet ophouden hun destructieve werk te doen.

Volgende week: Het vervolg hiervan.

Gebaseerd op een onderzoek van Vantage Solutions BV

Advertenties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: